Duivels

Het is zaterdagavond, kwart na twaalf. Je zit aan tafel, in het schemerduister van een vakantiehuisje. Op tv speelt een wedstrijd die je allang niet meer interesseert. Lees verder

Advertenties

Grijze haren

Ik tel mijn grijze haren in de spiegel. Langzaam, zodat ik er zeker geen oversla. Zeven zijn het er. Zeven al, en ik ben nog geen dertig.

Misschien klopt het wel, wat in de volksmond gezegd wordt. Dat zorgen zich vastzetten in je haar. Grijze haren als kost voor het leven. Als dat zo is, dan draag ik mijn zeven grijze haren als een ereteken. De voorbije jaren zijn verre van makkelijk geweest, maar ik ben dankbaar voor alles wat ik heb beleefd, in goede en kwade dagen, in pijn en in vreugde. Toch zijn er nog steeds momenten waarop ik twijfel, momenten waarop ik het hoofd schud, omdat ik niet zie waar mijn pad heen loopt. Lees verder

Als lijnen in wit zand

1

Ze staren me aan alsof het van mijn gezicht te lezen valt. Een man in een smoezelige overall, waaruit een jarenlang zorgvuldig opgebouwde bierbuik puilt, en een magere man met een pet. Ze staan bij een bestelwagen die ooit wit moet zijn geweest, maar nu vijftig tinten crèmekleur en roest vertoont. Hun gesprek stokt, hun blik draait mijn richting op. De vrouw in het winkeltje komt achter haar kassa vandaan en posteert zich met gekruiste armen achter het raam. Alsof ze nog nooit een buitenlander heeft gezien.

Ik sla het portier dicht en loop om mijn auto heen. De twee mannen bij de bestelwagen hebben hun gesprek intussen voortgezet, maar ik zie hoe de dikke nog steeds elk van mijn bewegingen volgt. Ik neem het pistool uit de houder waar Gasoil boven staat en duw het in de opening van de brandstoftank. Ik probeer het haakje om het pomppistool mee vast te zetten, maar zonder succes. Terwijl de tank zich vult, kijk ik rond. Een oude Peugeot trekt op, ondertussen zwarte rookpluimen uitbrakend. Een oud vrouwtje onderbreekt haar pas en blijft, steunend op haar wandelstok, de Peugeot nakijken. Fijne druppels hechten zich vast aan het dak van mijn wagen. Ik voel hoe de eerste nattigheid me in het gezicht slaat.

De magere man stapt in de bestelwagen en rijdt weg. Ik draai me half om naar de pomp. De cijfers in het venstertje glijden in ijltempo weg, als gedachten aan een verleden waarin elektronische displays nog niet uitgevonden waren.

Een belletje weerklinkt als ik de winkel binnenstap. De vrouw achter de kassa kijkt niet op. Ze bitst in een aftands gsm-toestel dat tussen haar oor en schouder geklemd zit. ‘Demain, après-midi,’ hoor ik haar zeggen. ‘Oui, d’accord. Mais à quelle heure?

Pas als ik vlak voor de kassa sta, kijkt ze op en duwt haar kin vragend mijn richting op. ‘La une,’ zeg ik en ondersteun mijn woorden met een opgestoken wijsvinger. Ze noemt het bedrag en richt zich weer tot haar mobiele telefoon. ‘Mais non, Rachelle, ça ne va pas, alors…’

Net voor ik het portier open en in mijn auto stap, kijk ik even achterom, in de richting van het westen, mijn bestemming. De weg is vrij.

De verhalentafel

Het is laat op de avond en we zitten aan haar schrijftafel. Het is geen mastodont, met amper plaats voor vier stoelen, maar de tafel is wel ideaal geplaatst, midden in het vertrek. Literatuur als middelpunt van het leven.
Achter ons bevindt zich een volle boekenkast, daarnaast een uit de kluiten gewassen potplant.
‘Hier gebeurt het dus allemaal’, zeg ik. ‘Hier ontstaan de verhalen over Isa en haar vader.’
Ze knikt en glimlacht. ‘Exact op deze stoel, waar jij nu op zit. Met wat droevige pianomuziek, om me in de stemming te brengen.’
Ik glimlach.
‘Het is zwaar,’ zegt ze. ‘Je telkens opnieuw in te leven in je personages… Het eist emotioneel veel van je. Je draagt hun zorgen, alsof het die van jou zijn.’
‘Hoeveel van jezelf zit er in je personages?’
‘Je bedoelt of het verhaal hier en daar autobiografisch is?’
Ik knik.
‘Niet veel. Al sluipt er onvermijdelijk wel iets van jezelf in, van je eigen gedachten, je eigen emoties.’
‘Een schrijver kan de mens in zichzelf niet uitschakelen.’
Ze knikt. ‘Inderdaad.’
Even blijft het stil. Dan zegt ze: ‘Trouwens, als ik écht autobiografisch zou schrijven, zou het over heel andere dingen zijn.’
Over eindes en een nieuw begin, zo blijkt later. En over hoe goede momenten niet langer opwegen tegen de slechte, over huizen en tuinen en het verlies ervan, de angst voor een dertigste verjaardag misschien. Of over de zaak van een Armeense man die naar België kwam en een schijnhuwelijk aanging met een Belgische.
‘Acht jaar lang heeft hij bij die vrouw gewoond. En de dag nadat hij de Belgische nationaliteit had verworven, heeft hij zijn echte vrouw naar hier gehaald. Kan je je dat voorstellen, acht jaar lang van je geliefde gescheiden te zijn en op geen enkel moment contact met haar te kunnen hebben?’
‘Het lijkt bijna Liefde in Tijden van Cholera.’
‘Ja, inderdaad. Het mag eigenlijk niet, maar ik vind het zo romantisch, wat die man gedaan heeft. Ik krijg er nu nog kippenvel van.’
‘Zou eigenlijk een mooi verhaal zijn om te schrijven.’
‘Als je wil, mag jij het schrijven.’
‘Daar moet ik even over nadenken,’ zeg ik.
Ik staar naar de tafel. Het hout is al wat verweerd, donkere vlekken hebben zich erin gevormd. Op de bank in de hoek rekt een grijze kat zich uit.
Bijzondere verhalen ontstaan soms aan heel gewone tafels.

Literatuur in de schuilkelder

De promotiecampagne voor De Schuilkelders van de Poëzie draait op volle toeren. Hieronder vind je een persbericht en flyer:

Een unieke locatie voor een bijzonder poëzieproject. Dat is wat de cursisten Literaire Creatie uit Aalst zochten én vonden. Op zaterdag 22 februari nemen zij je tijdens De Schuilkelders van de Poëzie mee voor een literaire tocht door de schuilkelders die onder de Academie voor Podiumkunsten verborgen liggen. 

Flyer Schuilkelders van de PoëzieFlyer Schuilkelders van de Poëzie2Al decennia lang staan de schuilkelders onder de Academie voor Podiumkunsten in Aalst te verkommeren. De sirenes van het luchtalarm uit de Tweede Wereldoorlog zijn al lang verstomd en ook de nucleaire dreiging uit het Oostblok is verdwenen. Tijd dus om de deuren van deze bijzondere locatie opnieuw open te gooien, vonden de cursisten Literaire Creatie van de Academie.

Op zaterdag 22 februari brengen zij de sfeer van de oude kelders weer tot leven. Onder leiding van docent Patrick Bernauw ontbinden ze er hun literaire duivels en engelen. Ze bieden je een blik in de bergtoppen én afgronden van de menselijke emoties, laten je genieten van de schoonheid en kracht van literaire teksten. De cursisten maken er een echt poëziehol van, in woord, beeld én geluid, met verrassende, literaire objecten en ietwat mysterieuze, begeesterde bewoners die je, onafhankelijk van je stemming, een instantportie geluk, troost en bevlogenheid brengen.

De Schuilkelders van de Poëzie worden een warm nest, een plek waar literatuur en literatuurliefhebbers kunnen schuilen, in alle geborgenheid, vol verwondering.

De Schuilkelders van de Poëzie

  • Waar? Academie voor Podiumkunsten (Schuilkelders), Vrijheidstraat 65, 9300 Aalst
  • Wanneer? Zaterdag 22 februari om 15.00, 15.30, 19.00 en 19.30 uur (vooraf inschrijven is wenselijk en kan via patrick.bernauw@gmail.com). De Schuilkelders van de Poëzie zullen ook van 16.00 uur tot 18.00 uur geopend blijven en toegankelijk zijn voor het publiek.
  • Toegang: € 5 (1 gratis consumptie inbegrepen)
  • Met werk van: Patrick Bernauw, Katherine Muylaert, Els Vermeir, Katrien Dierick,
    Jeroen Bernaer, Magali De Vlaeminck, Ellen Lanckman, Marc Troch, Jan Van Olmen,
    Hilde De Cock, Sarah Melis, Nathalie Segers

Meer info:

  • Patrick Bernauw, patrick.bernauw@gmail.com, 053 78 30 10
  • Jeroen Bernaer, jeroenbernaer@hotmail.com, 0479 53 07 21

Een plek om te schuilen…

Op zaterdag 22 februari kruipen de cursisten Literaire Creatie uit Aalst in de Schuilkelders van de Poëzie. Een heleboel jong en wat minder jong talent uit Aalst en omstreken presenteert dan zijn literair kunnen. Voor die gelegenheid maak ik een luisterspel over mensen in de schuilkelders. Hieronder vind je al een voorproefje uit het script.

OUDE MAN

De mensen, ze kennen me niet. Ze willen me niet kennen. Niemand ziet mijn masker, niemand ziet wie ik echt ben. Ik heb me in mezelf gekeerd, als een slak in zijn huis, als een soort innerlijke kluizenaar. Het moest, het was nodig. Anders hield ik het niet vol.

Ze hebben hem kapotgemaakt, de moffen.

De Schuilkelders van de Poëzie

  • Waar? Academie voor Podiumkunsten (Schuilkelders), Vrijheidstraat 65, 9300 Aalst
  • Wanneer? Zaterdag 22 februari om 15.00 en 19.00 uur
  • Met werk van: Patrick Bernauw, Katherine Muylaert, Els Vermeir, Katrien Dierick,
    Jeroen Bernaer, Magali De Vlaeminck, Ellen Lanckman, Marc Troch, Jan Van Olmen,
    Hilde De Cock, Sarah Melis, Nathalie Segers

De verloren kunst van het brieven schrijven

Een bijzonder kerstkaartjeNiet groter dan een handpalm was het, verstopt in een beige envelopje. “Een kerstkaartje”, zei ze. Ze stopte het me gauw in de handen, aan het eind van een bijzondere avond, als een à propos, een achterafje. De hele lange weg naar huis brandde het als een gloeiende sintel in mijn jaszak. Misschien waren het de kerstdagen die ons milder stemden, die ons lieten voelen wat we ooit hadden gevoeld, maar dat ons tegelijk doodsbang had gemaakt.

Thuis draaide ik het envelopje om en om tussen mijn vingers, voor ik het uiteindelijk opentrok en het kaartje vond. Zoals gezegd bleek dat niet groter dan een handpalm, met zwarte kartelranden, als een fragment van een oude, levensbelangrijke brief of een oude schatkaart die ze ternauwernood uit het vuur had weten te redden. Haar handschrift liep in kriebelige lijnen over het papier, horizontaal en verticaal, alsof de ene boodschap de andere versterkte.

Het was ronduit het meest intrigerende kaartje dat iemand me ooit gegeven had. Een unicum in een wereld van geprefabriceerde wenskaarten en nietszeggende standaardmails. Want zeg nu zelf: wie neemt vandaag nog de moeite om te gaan zitten en voor iemand zelf iets te maken, zelf iets te schrijven?

Maar een mens vergeet snel, druk en overladen als onze dagen zijn. De maanden verglijden en herinneringen stapelen zich op, als boeken in een verhuisdoos. Ze vergaren stof. Je houdt je bezig met dringender zaken, andere dozen. Je vergeet het kaartje. Tot je het opnieuw ontdekt, misschien niet eens per toeval, maar doelbewust, alsof je iets zoekt uit je verleden, alsof je misschien kan redden wat er te redden valt.

Want misschien is dat wel het euvel van onze samenleving: dat we simpelweg geen brieven meer schrijven. We nemen geen tijd meer om elkaar uitgebreid over onze dag te vertellen, of over onze verlangens en besognes, over de kern van wie we zijn en wat we willen.

Misschien is het daardoor dat we onze maatschappij steeds meer als individualistisch en egocentrisch zijn gaan beschouwen. Onze communicatie verzandt, verwordt tot niet meer dan opgestoken duimen op een ‘sociaal’ medium of hap-klik-weg e-mails vol louter praktische aangelegenheden, van afspraken, tijdstippen, data, locaties.

Ik kijk naar het kaartje, weeg het in mijn hand. Ik laat een vinger over het papier glijden, voel de inkt onder mijn huid, en denk: als we elke maand eens de tijd namen om een brief te schrijven, aan een vriend, een vader, broer, zus of oom, een geliefde die we al lang niet meer gezien hebben… Als we daarin nu eens onze zorgen en dromen neerpenden… Zou het de wereld veranderen?

Nee. Maar misschien brengt het ons dichter bij onszelf. Dichter bij de ander.