Mijn naam is Ahmed

Mijn vrouw. Mijn lieve vrouw. Ik kijk naar haar, hoe ze daar ligt, hoe ze ademt, alsof niets haar ooit zou kunnen gebeuren. Haar donkere haren waaieren uit over de witte lakens. Haar wimpers bewegen even, ze zucht in haar slaap. Ik wil een zoen op haar voorhoofd drukken, maar ik houd mezelf tegen. Ik wil haar niet wakker maken.

Voorzichtig neem ik mijn kleren van de stoel in de hoek, trek ze aan en loop naar de keuken. Ik vul het koffieapparaat en druk op de knop. Een minuut later begint het apparaat te pruttelen. Ik hou van het geluid, het geluid van een nieuwe dag.

Ik neem enkele eieren uit de koelkast, neem een pan en een kom, en breek de eierschalen op de rand van de kom. Ik betrap mezelf erop dat ik een of ander popdeuntje aan het neuriën ben. De laatste jaren zijn niet makkelijk geweest, niet sinds ik bij de politie ben. Ik weet dat mijn vrouw bang is, dat er gekken rondlopen. Maar het is sterker dan mezelf. Dit is wat ik al jaren wil.

De geur van koffie verspreidt zich door het appartement. Ik schenk mezelf een kop in en ga bij het raam staan. Buiten wordt het stilaan licht. Een lichte regen tikt tegen het venster. Ik staar even naar de druppels op het glas. De daken van de stad glanzen in de ochtendmiezer. Onwillekeurig trekt een frons over mijn gezicht. Een somberte maakt zich plots van me meester en trekt door mijn buikstreek. Alsof ik weer kind ben en denk dat er onder het bed een monster verborgen zit.

Ik schud het hoofd en loop naar het fornuis. Al gauw krijgt de omelet vaste vorm in de pan. Ik voeg stukjes tonijn toe, daarna stukjes tomaat. Zo eet mijn vrouw hem het liefst. Vanuit de badkamer komt het geluid van stromend water. Ik denk aan haar smalle schouderbladen, de lijnen van haar rug, het grappige kuiltje boven haar billen.

Ik ben net de eieren op de borden aan het schudden, als mijn vrouw de keuken in komt. Ze geeft me een klapzoen op mijn wang en strijkt even met haar vinger langs mijn huid. ‘Tu t’es pas rasé?’ Ze plukt een sneetje beboterde toast van het bord op het aanrecht en gaat op het krukje zitten aan het eeteiland. Ik schenk een kop koffie voor haar in.

Als ik wat later de deur wil uitlopen, houdt ze me tegen. Ze trekt de kraag van mijn jas recht en legt glimlachend haar handen op mijn borst. Ik leg een hand om haar heup. Ze kust me en zegt: ‘A ce soir, mon chéri. Wees voorzichtig vandaag.’

Op het bureau is Aleksi al omgekleed. ‘T’es tard, mec. Kon je vrouw je niet missen? Had ze je nodig in de douche?’

Ik leg een hand op zijn schouder en zeg: ‘Alleszins beter dan alleen op zondagochtend effe mogen, hè.’

‘Lach maar. Seks is niet het belangrijkste.’

‘Zeggen zij die er te weinig van hebben.’

Aleksi grinnikt, duwt zijn kastje dicht en loopt naar de deur van de kleedkamer. ‘Bon, je m’en vais. A toute à l’heure, mec.’

Ik kleed me om en begin aan mijn ronde. Er wacht nog een stapel processen-verbaal op me, maar die doe ik straks wel. Ik krijg een melding van een echtelijke ruzie en moet tussenbeide komen bij een licht ongeval, maar voor de rest is het een rustige voormiddag. Ik sta voor het rode licht op de Boulevard Voltaire, wanneer ik het bliepje van mijn gsm hoor. Mijn vrouw. ‘Je t’aime, mon amour. Rien ne peut nous séparer.’ Ik glimlach en stop de telefoon terug in mijn vestzak. Ik antwoord straks wel.

Iets na halftwaalf hoor ik de oproep in mijn walkietalkie. ‘Fusillade dans la rue Nicolas Appert. Chaque unité au secours. Je répète…’ Ik spring op mijn fiets en trap me de longen uit het lijf. Halverwege de Boulevard Richard Lenoir haalt een patrouillewagen me in. De wagen stopt bruusk. Aleksi gooit het portier open en schreeuwt: ‘Entre! Vite, vite!’ We scheuren over de boulevard, de sirene maakt de weg vrij. Aleksi raast de Allée Verte in, langs de verkeerde kant, ik trek ondertussen mijn wapen. Als de daders er nog zijn, is er veel kans dat we hen hier, in een sens-unique, kunnen tegenhouden.

Op zo’n honderd meter afstand komt een zwarte auto onze richting uit. Het portier van de passagier zwaait open. Een man, volledig in het zwart, bivakmuts over het hoofd, stapt uit en richt een automatisch geweer op ons.

‘Oh merde!’ schreeuwt Aleksi. Zijn stem slaat over.

De kogels slaan in met doffe ploffen. In de voorruit zitten plots tien, vijftien gaten, even groot als muntstukken. Aleksi en ik hebben ons net op tijd kunnen bukken. Aleksi zet de auto in achteruit en trapt op het gaspedaal. De wagen schiet naar achteren, terwijl de kogels boven ons hoofd blijven inslaan.

Intussen is ook een tweede man uitgestapt, zie ik als ik mijn hoofd een paar centimeter boven het dashboard uitsteek. Ook hij opent het vuur.

Hier kunnen we niet tegenop. Onze enige redding is lopen. Ik gooi het portier open en vuur tweemaal in de richting van de gemaskerde mannen.

‘Dégage!’ roept Aleksi. Ik kan niet zien wat hij uitvoert, maar ik weet dat ik hier vandaan moet. Achter een geparkeerde bestelwagen blijf ik staan. Mijn hart klopt in mijn keel. De gemaskerde mannen zijn intussen verder gereden en komen de boulevard op. Ik wacht tot ze uitstappen, vuur opnieuw twee keer en ren weg.

De echo’s van geweerschoten deinen als schokgolven over de straat. Kogels vliegen langs me heen. Pijn schiet als een mokerslag door mijn bovenbeen. Mijn spieren blokkeren en ik val. Het trottoir is koud, ruw. Ik grijp mijn been vast. Mijn vingers zitten meteen onder het bloed. Ik kronkel van de pijn, maar besef dat niemand me zal helpen.

De twee mannen komen op me af. Ze schreeuwen naar me. Ik steek mijn handen op, zo hoog ik kan. Pijn schiet door mijn zij. Een van de gemaskerde mannen loopt het trottoir op, tot waar ik lig. Ik zie hoe de loop van de kalasjnikov zich opricht. Ik denk aan mijn vrouw. Het is 7 januari. Mijn naam is Ahmed.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s